Vakantie mei-juni 2017

Zo het is weer tijd voor een verhaal uit de camper.  Wij zijn dit jaar maar eens voor de verandering naar het noorden gegaan en wel richting Zweden. Traditiegetrouw deze keer dus niet de eerste nacht in de buurt van Nunspeet maar ditmaal na een paar uur blazen net onder Flensburg op het schiereilandje Holnis aan de Ostsee (Raar trouwens die Germanen die normaal gesproken een zee een Meer noemen en een meer een See maar nu is het Ost Meer dus een Ostsee, begrijpen jullie het??? wij niet in ieder geval.)

De camping was niet echt heel jofel, druk en alles op elkaar maar goed we waren daar alleen maar om te slapen en om de Inja uit te laten langs het strand wat natuurlijk niet mocht. Op een kaartje staat dan aangegeven waar  het hondenstrand dan wel zou zijn maar hoe om daar te komen was een volstrekt raadsel dus de regels maar wat aan de laars gelapt en de andere kant op en als er geen bord meer stond aangenomen dat het mocht om met die Hundie het strand op te gaan. 

Weliswaar een wat vertekend beeld maar met de panoramastand krijg je toch een beetje een indruk van het strand en de Ostsee(of was het nu Ostmeer??).

Omdat het zand wat zwaar liep voor de ooudjes zijn we maar, om Inja te sparen, wat over het gras gaan lopen.

Op 26 mei dan maar verder gegaan richting de eeuwig ruisende wouden en zijn we terecht gekomen op een camping zo’n 10 km onder Nyborg op het eiland Odense in Denemarken.

De weg ernaar toe was in vergelijking met Duitsland toch wel heel anders. Vooral viel het mij(Thijs) op hoe leeg het land lijkt en hier bedoel ik mee dat er veel landbouwgrond is met niet zoveel boerderijen zoals in Nederland of Duitsland. Ook erg heuvelachtig/glooiend en dat hadden we niet verwacht, we dachten dat het vlakker zou zijn, zo’n beetje als Groningen maar dat was dus zeker niet het geval.

We hadden op de kaart gezien dat er net onder Nyborg een camping zou zijn en dat was inderdaad het geval en in tegenstelling tot gebruikelijk dat we max. twee nachten ergens staan voordat het bloed weer gaat borrelen was het zo mooi daar dat we er gewoon een dag aan vast geknoopt hebben. uitzicht over de Grote Belt en de brug tussen Odense en Fynen (het eiland waar Kopenhagen dan op ligt). 

De wandelingen waren wat minder te doen omdat er veel gewoon op de weg was of dat de weg doodliep maar uiteindelijk toch wel elke dag bijna een andere wandeling kunnen maken. 

Het weer was stralend maar wel met veel wind en de laatste dag (28 mei) was het door de wind niet lekker meer om buiten te zitten. Caro was op de 28e wel zo dapper om met de fiets naar Nyborg te gaan maar zij kwam terug met blaren op haar tong van het schelden op de slechte staat van de fietspaden in Denemarken, alleen maar gatenwegen met grit, kuilen en stenen was de ervaring. Zij was wel bij de resten van een van de bekendste sloten in Denemarken geweest maar dat bestond eigenlijk alleen maar uit een torentje met wat kannonnen en kogels.

Ook nog een mooie huis of zoeits gezien maar wat de historische waarde daarvan was is niet duidelijk.

Om nog even wat sfeer van het uitzicht hier nog wat plaatjes van het uitzicht wat we hadden vanaf onze standplaats met zicht op de brug (ook een plaatje bij schemer maar of dat goed overkomt is aan de lezer).


Eerlijk is eerlijk, het was hier zeer aangenaam toeven en de camping is zeker de moeite waard om op de terugweg als laatste stop te overnachten.

Op de 29e zijn we dan maar onderweg gegaan naar Zweden, ook omdat het bewolkt en toch wat frisjes was (13 graden terwijl in Nederland de mussen van het dak afvielen bij 30+ graden) zonder veel wind gelukkig zodat we niet het risico hadden om van de bruggen af te waaien.

De Bruggen zijn zondermeer imposant te noemen en het is ook wel bijzonder om dan via een brug van het ene naar het andere land te rijden( vorig jaar hebben we dat via een tunnel gedaan tussen Italie en Frankrijk).

De brug over de Grote Belt is de hoogste van europa (volgens wikipedia van 2017) waarbij de torens over de 200 meter zijn en het wegdek zo’n 65 meter boven de zeespiegel ligt. de Sontbrug (tussen Kopenhagen en Malmö) is wat minder imposant maar die heeft weer gefigureerd in een tv-serie(the Bridge) met een lijk precies op de grens tussen Denemarken en Zweden.

Dit is de brug over de Grote Belt. Eerst een lage brug over het water tot een eilandje en dan de hoge brug. De trein gaat dan vanaf dat eilandje met een tunnel naar het volgende eiland(Funen). 

De Brug richting Kopenhagen heeft dan de trein weer eronder aan hangend en geeft het gevoel langer te zijn dan de eerst brug maar is “slechts” 7,3 km lang en wordt vooraf gegaan door een tunnel van 3,5 km.

En dan ben je in Zweden en is het landschap wat minder glooiend dan Denemarken (hoewel Funen ook al wat minder glooiend was hoor). Wat er op de verkeersborden staat is echt abracadabra maar misschien kunnen we wat meer ontcijferen na een paar weken.

Een camping uitgezocht bij Falsterbo en die viel weer wat tegen. Het is frisjes en we gaan maar binnen eten terwijl het in Nederland echt om te smoren is. Ach het is droog en de omgeving is mooi om te wandelen hoewel het wel een oefenschietterrein is van defensie en er mogelijk nog wat onontplofte munitie ligt maar dat zal wel wat meevallen omdat er veel mensen wandelen. Het strand is overigens wel meer zanderig dan bij Tårup(spreek uit Tooooorp) waar we gisteren nog stonden omdat het daar alleen maar stenen waren.

We wilden nog snel even de Inja uitlaten in het mooie natuurgebied annex schietterrein maar we waren nauwelijks onderweg toen er een ontzettend donkere lucht met een redelijke snelheid kwam aanzeilen en d regenradar dacht dat er een stortbui zoals in het verre verleden (iets met een groot schip en wat dieren) naar beneden zou komen dus we zijn maar weer gauw naar ons huisje op wielen gegaan wat Inja overigens helemaal niet erg vond. Uiteindelijk viel het heel erg mee en was er alleen maar wat regen. Omdat de camping ook niet helemaal je dat was besloten we om dan de volgende dag maar meteen een lange ruk te maken naar Ystad (daar waar Wallander woonde en werkte). Op de kaart die we hebben lijkt het een heel eind maar uiteindelijk was het maar een km of 60 dus dat viel heel erg mee. We hadden de camper eerst op een parkeerplaats gezet vlak bij het centrum en zijn we met ons drietjes de stad in gelopen. Leuk en veel vakwerk huizen. Het centrum is oud maar wel goed onderhouden.

Daar dan ook nog maar even de plaatselijke kerk bezichtigt, teminste dat doe ik(Thijs) dan en wel de st Maria kyrga welke is vastgebouwd aan een klooster met een museum. Helaas kunnen we dergelijke dingen dan weer niet in omdat ons hondje dan niet welkom is.


Na de stadswandeling hebben de camper verplaatst naar een camperplek net te zuiden van Ystad met een prachtig uitzicht over de Ostsee. Daar ook lekker gewandeld aan het kilometers brede (oh nee het is maar een meter of 4 breed) strand. Het water van de Ostzee is heel helder maar er drijft wel veel wier en dergelijke in en verder drijven er ook waanzinnig veel zwanen zo nu en dan en die maken de stranden dan ook wat minder aanlokkelijk. Trouwens, het is toch te koud om aan het strand te liggen hoewel Inja wel even met de pootjes het water is ingegaan.


De 31e mei in de ochtend was het hele harde wind op de camperplaats. Maar toch maar een wandeling gemaakt naar Ystad toe langs het strand en op de terugweg zowaar een paar sputtertjes maar niets om over naar huis te schrijven behalve dan in dit verhaal. De boel opgepakt en op pad gegaan naar Degeberga omdat daar een waterval was die volgens de verhalen zeer de moeite waard was. Ik(Thijs) had op de app gezien dat er iets zou zijn waar je ook zou kunnen staan met de camper (je kunt bijna overal staan in het wild maar het is prettig om nu en dan ergens te staan waar je ook kunt douchen) maar dat bleek een huisjes verhuur (soort centerparcs maar dan een stuk eenvoudiger) te zijn waar weliswaar mensen waren maar geen eigenaar zodat we maar naar een plaatsje zo’n 15 km verderop zijn gegaan en wel naar Nyehusen (vlak bij Furuboda). Een kleine en leuke camping waarbij de eigenaar ook nog een visrokerij bedfrijft. 

Het is een camping die aan een watertje ligt wat weer direct op de Ostsee uikomt. Daar ’s middags maar even met de Inja gaan wandelen maar zodra je dan op wat kleinere paadjes komt in een bos stikt het van de muggen dus in het vervolg eerst Deet op en dan wandelen als het naar een bos gaat. In het open veld hebben we er niet zoveel last van gelukkig. We stonden met de kop van de camper naar een soort (kleine) gemeenschapsruimte waar ook een ingebouwde BBQ was en daar konden we heerlijk gebruik van maken. Buiten was het weliswaar redelijk weer qua zon en wolken maar de wind was hard en dan koel je ook snel af. Wat hout geleend (kuch) van Martin( de visroker) en heerlijk lamskoteletjes en garnalen gemaakt. 

De volgende dag in de luwte van de camper heerlijk ontbeten na natuurlijk eerst een wandeling met de Inja te hebben gemaakt. Wat gerookte vis (paling en zalm) ingeslagen en op pad naar de waterval die we toch echt gezien moesten hebben. Camper geparkeerd en toen het beukenbos in om naar de waterval toe te lopen. Leuke wandeling en het bos was ruim en open. Vlak bij de waterval was een soort trappetje gemaakt om een mooie foto te kunnen nemen en lo and behold daar schuifelde een redelijk forse ringslang vlakbij het bos in.

De waterval was leuk maar niet superspectaculair. Een dikke beek die zich zo’n 9 meter naar beneden gooide om daarna op zijn gemakje verder te stromen naar de zee. Een eindje verder stroomopwaarts was en nog een watervalletje en daar was een bruggetje over zodat we aan de andere kant van de woest kolkende rivier weer naar beneden konden wandelen.

We hadden inmiddels besloten (oké op stevig aandringen van Thijs) om naar Öland te gaan, een einland aan de oostkust van Zweden. Eerst was het even het plan om dan maar in een keer naar het eiland over te steken(met weer een hele hoge brug) maar we hebben bedacht dat het misschien leuker zou zijn om dan eerst maar in Kalmar te gaan staan en wel op een camperplaats vlakbij het centrum van de stad. Een overdag best wel lawaaiige plek maar later op de avond en in de nacht was het wel te doen. Deze camperplek was niet alleen vlak bij het centrum maar ook nog heel dicht bij het plaatselijke kasteel en daar zijn we dan ook eerst maar eens naar te gegaan om een wandeling te maken. Mooi kasteel waar vroeger kennenlijk ook nog naar binnen kon maar dat is niet meer het geval. Wel kan je er helemaal omheen lopen wat ook leuk is zeker met het uitzicht op de Ostsee. Inja heeft nog geprobeerd een haas te vangen maar zijn lijntje was te kort en de haas veel te groot zodat die met een reuze snelheid verdween.

Mooi weer maar wel wat fris door de toch opnieuw stevige wind die de boel behoorlijk afkoelde. Bij het ’s avonds uitlaten van Inja werd hij erg gestoord door konijntjes die dan midden in de stad in het stadspark zitten. Weer een te korte lijn baas!!!!

De volgende dag via een klein ommetje door het park voor de Inja naar het centrum gelopen. Daar was men nog druk bezig om de wegen weer een wat middeleeuws aanzien te geven door er weer kleine kasseitje in te leggen en wordt tevens het verkeer wat geluwd. 

De toegang aan een kant is via een houten brug met daarachter een mooie poort. Midden in dit deel van Kalmar staat dan de Domkerk die helemaal gebouwd is van kalkzandsteen van het eiland wat er tegenover ligt. 

Wat broodjes en andere zaken ingeslagen en op de camperplaats even zitten ontbijten met om je heen dan het razende verkeer en op de achtergrond de treinen in het centraal statiion (de spoorlijk stopt daar ook) en aan de andere kant van de weg de sportjachthaven. 

Toen maar de brug over en rechts af geslagen naar het zuidpuntje van het eiland waar we terecht zijn gekomen op een camperplaats direct aan zee met het zicht op het westen zodat we  hebben kunnen genieten van de een mooie zonsondergang. 

In de zon en uit de wind achter(voor) de camper is het echt wel uit te houden.

Het is en blijft koud maar gelukkig wel meestal droog. De temperatuur is in de avond gedaald naar onder de 10 graden wat voor juni en onze begrippen toch wel koud te noemen is.



© W.M. Brandt 2014